Alle spelers gaan samen in één of twee rijen staan, afhankelijk van het aantal; bij twee rijen staan de langere mensen achter.
Iedereen wiegt langzaam van het ene been op het andere, zodat er een gezamenlijk gevoel ontstaat. De antwoorden kunnen dan ook op het ritme van de wiegbeweging gegeven worden, dat vereenvoudigt het afstemmen van het spreektempo.
Nu wordt het publiek gevraagd om vragen te stellen waarop ze altijd al antwoord hadden willen hebben.
Het orakel beantwoordt deze vragen met één stem. Als een antwoord niet duidelijk was, kan de presentator erom vragen het nog eens te herhalen.
Dit spel leent zich goed als toegift.