Zum Inhalt springen

Statusgroep

Drie oefeningen waarmee je in een groep status kunt trainen:

Vier

Aan het begin trekken vier spelers blind vier briefjes waarop hun status staat genoteerd.
- 1 = hoogstatus
- 4 = laagstatus
- 2 en 3 zitten daar dienovereenkomstig tussen.

De oefeningsleider geeft nu een typische situatie op waarin meerdere mensen kunnen handelen, bijv. een (kantoortuin-)kantoor of hotel(lobby). Zonder van elkaars status te weten wordt nu een scène geïmproviseerd, waarin iedereen zijn status moet handhaven, maar tegelijk goed moet letten op welke status zijn medespelers hebben — in het begin kent iedereen immers alleen zijn eigen status.

Belangrijk is dat status 1 en status 4 niet met elkaar zouden moeten praten.
Tussendoor vraagt de oefeningsleider de overige spelers, die het publiek vormen, wie welke status heeft. Klopt dat niet of is het onduidelijk, dan moeten de spelers op het podium dat duidelijker uitbeelden.

Feest

Aan het begin trekken 4 tot 10 spelers blind een briefje waarop hun status staat genoteerd. Ze kennen de status van de anderen dus niet. Daarbij is 1 de hoogste status en — afhankelijk van het aantal deelnemers — 10 of een lager getal de laagste status. De getallen daartussen vormen de "tussenstatus". Vervolgens wordt er vrij een scène op een feest geïmproviseerd. Iedereen probeert met elkaar te interageren. Na afloop van de scène gaan de spelers afhankelijk van hun statusinschatting in een rij staan — waarbij hoogste en laagste status het makkelijk hebben, want zij kennen hun positie in de rij al. Eventuele toeschouwers kunnen eventueel ook nog hun commentaar geven, bijvoorbeeld omdat zij de statussen anders hebben waargenomen. Tot slot onthullen de spelers hun status.

Woongroep

Drie spelers zitten naast elkaar op het podium en vormen een woongroep. Een vierde speler wil in deze woongroep worden opgenomen en komt op bezoek om zich voor te stellen.

Zodra iedereen zijn plaats heeft ingenomen, deelt de oefeningsleider kleine briefjes uit met de nummers 1-4, die net als hierboven de status symboliseren. Er volgt een vrij geïmproviseerde scène waarin iedereen zijn status moet handhaven, maar tegelijk moet letten op welke status zijn medespelers hebben — in het begin kent iedereen immers alleen zijn eigen status.

Tussendoor vraagt de oefeningsleider de overige spelers, die het publiek vormen, wie welke status heeft. Klopt dat niet of is het onduidelijk, dan moeten de spelers op het podium dat duidelijker uitbeelden.

Varianten voor Vier en Woongroep

  • Tijdens de lopende scène onderbreekt de oefeningsleider, de statusbriefjes worden opnieuw getrokken en in het verdere spel wordt de nieuwe status gerespecteerd: de onderbroken scène wordt voortgezet met de "opnieuw getrokken" status.
  • De oefeningsleider onderbreekt en kondigt een statuswissel tussen twee spelers aan, bijv. "De 2 wordt de 4 en de 4 de 2".

Tips en opmerkingen

  • Ook de oefeningsleider kent de status van de spelers niet.
  • Naast status is het — omdat er meer dan 2 spelers op het podium zijn — ook belangrijk om voortdurend op de focus te letten!
  • Sneller vind je de status wanneer een van de extreme figuren (hoogste/laagste status) de scène begint en zijn status daarbij duidelijk maakt. Dan is het voor de anderen namelijk eenvoudig(er) om hun status te bepalen. Als — vervolgens — strategie kan zich bijvoorbeeld ontwikkelen dat daarna juist de andere extreme figuur als 2e persoon in de scène handelt. Wanneer de spelers zulke "trucs" doorhebben, kan de oefeningsleider dat voorkomen door één persoon aan te wijzen die de scène moet beginnen.

Zie ook: Status raden

Laatst bewerkt door Unbekannt, 10.04.2026 11:43 · Versiegeschiedenis ·