Zum Inhalt springen

3 keer anders

Een oefening in vier ronden voor twee spelers die tegenover elkaar staan.

Ronde 1

Spelers 1 en 2 tellen afwisselend van één tot drie.

  • Speler 1: "Eén"
  • Speler 2: "Twee"
  • Speler 1: "Drie"
  • Speler 2: "Eén"
  • Speler 1: "Twee"
  • Speler 2: "Drie"
  • enzovoort.

Dit wordt meerdere keren herhaald.

Ronde 2

De "Eén" wordt nu vervangen door een handeling, bijvoorbeeld op de borst slaan.

  • Speler 1: op de borst slaan.
  • Speler 2: "Twee"
  • Speler 1: "Drie"
  • Speler 2: op de borst slaan.
  • Speler 1: "Twee"
  • Speler 2: "Drie"
  • enzovoort.

Dit wordt meerdere keren herhaald.

Ronde 3

Nu wordt ook de "Twee" vervangen door een handeling, bijvoorbeeld de tong uitsteken.

  • Speler 1: op de borst slaan.
  • Speler 2: tong uitsteken.
  • Speler 1: "Drie"
  • Speler 2: op de borst slaan.
  • Speler 1: tong uitsteken.
  • Speler 2: "Drie"
  • enzovoort.

Dit wordt meerdere keren herhaald.

Ronde 4

Nu wordt ook de "Drie" vervangen door een handeling, bijvoorbeeld zwaaien.

  • Speler 1: op de borst slaan.
  • Speler 2: tong uitsteken.
  • Speler 1: zwaaien.
  • Speler 2: op de borst slaan.
  • Speler 1: tong uitsteken.
  • Speler 2: zwaaien.
  • enzovoort.

Dit wordt meerdere keren herhaald.

Deze oefening kan ook als warming-up voor het publiek worden gebruikt. Het publiek is speler 2 en de spelers op het podium zijn speler 1.