De spelers lopen door de ruimte (ruimtewandeling). De spelleider noemt voorwerpen, beroepen of plekken, bijvoorbeeld "piano", "politieagent" of "in de tram". De spelers bouwen het genoemde meteen op de een of andere manier met hun lichamen na als stilstaand beeld. Twee spelers zouden bijvoorbeeld de piano kunnen vormen, één gaat op handen en voeten zitten als pianokruk en een ander zet zich daarop en mimet de pianist. Wanneer het beeld klaar is, zegt de spelleider wat hij in de figuren denkt te herkennen, en die mogen daarop antwoorden wat zij eigenlijk wilden uitbeelden. Daarna mogen de bevroren spelers weer loslaten en gaan ze allemaal weer door de ruimte lopen totdat het volgende beeld geroepen wordt. De rol van spelleider (degene die het beeld noemt) kan rondgaan.
Doel is om je zonder afspraken te groeperen en te zien wat er aan het totaalbeeld nog ontbreekt, om op de juiste plek bij te springen.
Deze oefening is goed geschikt voor een workshop met impro-beginners. Ze is nauw verwant met Ik ben een boom en met het spel Diashow.