De spelers staan in een kring. Ze geven achter elkaar in totaal vier handelingen door. Bij de eerste handeling legt de actieve speler zijn duimen tegen zijn slapen, de handpalmen zijn naar voren gericht naar de buurman en de vingers zijn licht gestrekt — dat moeten hazenoren voorstellen. Daarbij zegt hij in een hoge, variërende toonhoogte: "Hmmmh". Deze handeling wordt tegen de klok in aan de volgende buur doorgegeven.
2e handeling: de "jager" tikt zijn linkerbuurman met zijn hand op het bovenbeen of de bovenarm en zegt: "Waar?" Deze handeling gaat met de klok mee de kring rond.
3e handeling: een wandelaar vormt met zijn rechterhand, die tegen zijn rechteroor ligt, een schelp en zegt tegen zijn rechterbuurman: "Hè?" Ook deze handeling gaat de kring rond.
4e handeling: de "gluurder": de toppen van duim en wijsvinger van beide handen raken elkaar. De gluurder kijkt met beide ogen door de twee zo gevormde cirkeltjes, die een verrekijker moeten voorstellen, en zegt verbaasd tegen zijn linkerbuurman: "Whoa!".
Na een oefenronde lopen de vier handelingen gelijktijdig door elkaar heen.