Dit spel dient in nieuwe groepen om elkaar beter te leren kennen, en vooral om namen te onthouden.
De spelers staan in een kring. Eén speler zet een stap naar voren, maakt een willekeurige beweging en zegt een zin met een bijvoeglijk naamwoord en zijn eigen naam, waarbij beide woorden minstens dezelfde beginletter moeten hebben (alliteratie).
Dus bijvoorbeeld: "Ik ben de grappige Greetje" – "Ik ben de slimme Sander" – "Ik ben de voorzichtige Vanessa".
De betreffende speler stapt weer terug. Daarna stappen de anderen één voor één naar voren, imiteren de beweging en herhalen de zin, maar dan beginnend met: "Jij bent...".