Zum Inhalt springen

Ding op ding

Version 1 (von improwiki, 10.04.2026 11:38)

Voor dit spel moeten er vooraf al een paar voorwerpen beschikbaar zijn — bijvoorbeeld via een "Breng je ding"-voorstelling. Maar de presentator kan vlak voor het begin ook gewoon het publiek om voorwerpen vragen.

De presentator laat het publiek een oud (ambachtelijk) beroep noemen. In de scènereeks die dan begint, staat er één speler op het podium die dat beroep uitoefent en typische handelingen uitvoert. Hij blijft de hele tijd op het podium en wordt in elke scène door de anderen bespeeld. Die komen in snelle opeenvolging achter elkaar met steeds wisselende voorwerpen op, voeren een dialoog met de bespeelde speler, en gaan weer af. Idealiter ontstaat er een verhaal: in de loop van de scènereeks worden ten minste een deel van de personages en voorwerpen onderdelen van een samenhangend geheel.

Voorbeeld

De bespeelde speler is een hoefsmid.
De eerste persoon komt met een wc-rol het podium op, rolt die een stukje uit, kijkt erop alsof hij iets afleest en zegt tegen de hoefsmid: "De koning heeft bevolen dat jullie vanaf nu een tiende aan belasting moeten afdragen." Daarna een korte dialoog — enzovoort — af.

De tweede persoon komt het podium op met een spaarvarken. "Kunt u voor mijn Emma een paar hoeven smeden?" zegt ze bijvoorbeeld en gaat weer af. (Later blijkt dat dit verhaaltje geen vervolg krijgt.)

De derde persoon komt op met een fles. Zij kan bijvoorbeeld een tijdsprong aankondigen en zeggen: "Vader, het elixer is op!" De hoefsmid bepaalt in zijn reactie dat het om een belastingvrijstellings-elixer ging. Ook hier ontwikkelt zich een korte dialoog. De derde persoon gaat af. De hoefsmid smeedt verder.

Ten slotte komt een vierde persoon op met een paraplu, die ze als zwaard definieert, enzovoort.

Tips en opmerkingen