Zum Inhalt springen

Dingen anders benoemen

De spelers lopen door de ruimte en benoemen de voorwerpen die ze zien. Daarbij raken ze de betreffende voorwerpen ook aan. Dus bijvoorbeeld: "Muur." "Hoek." "Verwarming." Enzovoort. Doe dit ongeveer één à twee minuten.

Daarna doen ze de oefening opnieuw, maar dan benoemen ze de dingen anders. Bijvoorbeeld: iemand pakt een stoel vast en zegt "appelmoes". Iemand raakt de vloer aan en zegt "handtas". Het spontaan en snel benoemen van voorwerpen gaat gemakkelijker als je mentaal een associatieketen vormt.

Daarna komen de spelers samen en vertellen ze over hun ervaringen. Is de ruimte in hun beleving veranderd? (Voor velen voelt de ruimte nu subjectief kleiner of vertrouwder aan, misschien zijn de kleuren intenser of de contouren scherper.)

Deze warming-up is erg goed om aan een nieuwe ruimte te wennen. Hij traint bovendien het "schizo-denken".