Oefening
De spelers staan in een kring. De beurt gaat rond: iedere speler moet op het woord van zijn buurman een woord "associëren" dat daar niets mee te maken mag hebben. Wordt er een passend woord geassocieerd of denkt de speler te lang na, dan is de volgende aan de beurt. Iemand (bijv. de oefeningsleider) bepaalt dat.
Voorbeeld:
Hond, molecuul, kistdrager, wol, gitaar, noten -> Volgende
Bij deze oefening blijkt dat associëren het normale is, en dat het juist moeilijk is om niet te associëren.
Tip
Om te vermijden dat iemand vooraf al een woord bedenkt, kun je als regel toevoegen dat het gedissocieerde woord moet beginnen met de laatste letter van het vorige woord. Voorbeeld: speler A zegt "koudstart" (laatste letter "t") tegen buurman B. Die dissocieert en zegt "toiletpapier" (eerste letter "t", laatste letter "r") tegen zijn volgende kringbuur C. Die zegt op zijn beurt "radslag" (eerste letter "r") enzovoort.
Begrip
Dissociatie of dissociëren is in het kader van improvisatietheater enerzijds te begrijpen als tegenpool van het begrip associatie. Je associeert juist niet, maar vermijdt dat.
Dissociatie is tegelijk ook een vorm van bewustzijnstoestand: een soort vervoering. Die kan optreden wanneer je geconcentreerd een boek leest, dagdroomt of gehypnotiseerd bent. Daarnaast worden er ook pathologische toestanden mee aangeduid, vaak na een trauma.
Deze vervoering wordt gezien als een noodzakelijke voorwaarde voor creativiteit.
Zie ook Associëren