Elke speler speelt zijn eigen personage mimisch, terwijl een ander de stem overneemt. Speler A spreekt voor speler B, speler B spreekt voor speler C en speler C spreekt voor speler A. Wanneer speler A spreekt, moet speler B (die immers door A wordt nagesynchroniseerd) zijn lippen erbij bewegen. Bijzonder grappig is het wanneer een man een vrouw met een hoge stem nasynchroniseert en omgekeerd.
Aan het begin van de scène kun je een stemproef doen, waarbij de spelers zichzelf met hun respectievelijke stemmen voorstellen.
Aanwijzingen:
De scène werkt alleen wanneer er echt steeds aan gedacht wordt dat de mondbewegingen gemaakt moeten worden.
Geen makkelijk spel, niet geschikt voor beginners. Vereist veel oefening, concentratie en aandacht.
Andere benamingen:
- A spreekt B spreekt C (of A zingt B zingt C)