Eenwoordverhalen bestaan in meerdere vormen:
Allen in een rij
4 of 5 spelers stellen zich in een rij op. Het publiek geeft de titel van het verhaal op en nu vertellen de spelers een verhaal, waarbij ieder steeds maar één woord zegt. De vertelling verloopt in de volgorde waarin de spelers staan.
Twee spelers
Hier zijn er twee vormen:
Iedereen doet mee, maar telkens zijn er twee actief op het podium. Deze twee laten zich van het publiek een begrip geven. Geïnspireerd door het begrip vertellen ze om beurten een verhaal, waarbij ieder steeds slechts één woord zegt. Wanneer iemand te lang aarzelt, verlegenheidsklanken als "eh" uit, of het verhaal onlogisch, absurd of dom is, dan mogen de toeschouwers "möp" zeggen. De speler die de "möp" heeft uitgelokt, stapt opzij of gaat van het podium af en wordt vervangen door een andere speler. De twee spelers op het podium laten zich een nieuw begrip geven en vertellen een nieuw verhaal, totdat ook dit door een "möp" wordt beëindigd... enzovoort. Dit gaat willekeurig lang door.
De twee stellen zich schouder aan schouder op en "versmelten tot één persoon". Dan vertellen ze een verhaal (in de tegenwoordige tijd), waarbij ieder steeds slechts één woord zegt. De bijbehorende bewegingen voeren beide spelers synchroon uit.
Tip: Het helpt als elk woord vergezeld gaat van een handeling (verandering van houding), zoals bij de oefening "Ja, precies, en dan...". Verder helpt het ook als de woorden wat gerekt en met veel stemvariatie worden uitgesproken ("Ik! ... neeeeem ... de ... kleiiiiine ... hammerrr! ... ennnn ...").