Aan dit spel doen twee of drie spelers mee.
Aan het begin van het spel wordt een toeschouwer op het podium gevraagd om de twee of drie spelers te "verbouwen". Dat wil zeggen: hij geeft ze verschillende lichaamshoudingen, hoofdhoudingen, gebaren enzovoort. De spelers bevriezen kort in hun personage en proberen die zo nauwkeurig mogelijk te onthouden.
Daarna nemen ze hun normale, ontspannen lichaamshouding aan. Er wordt een suggestie gevraagd en ze beginnen te spelen. Het is hun taak het spel zo te ontwikkelen dat het eindigt met de onthouden lichaamshoudingen. Dat wil zeggen: aan het einde bevriezen de spelers in het personage dat de toeschouwer hun had opgegeven. De vastgelegde eindfiguren moeten zich als vanzelfsprekend uit de gespeelde scène laten voortvloeien.
Aanwijzingen en tips
- Omdat je de andere spelers eventueel moet ondersteunen, is het belangrijk om ook hun lichaamshouding, mimiek, plek enzovoort te bekijken en op zijn minst grofweg te onthouden.
- Het vergemakkelijkt het sluitend bereiken van het eindstandbeeld als je erop let dat de "verbouwende" toeschouwers geen absurde lichaamshoudingen eisen. *De twee (drie) eindhoudingen van het lichaam hoeven niet op hetzelfde moment te worden ingenomen, maar kunnen eventueel enkele seconden uit elkaar beginnen. Bijvoorbeeld: eerst neemt speler A zijn eindhouding aan (hij buigt zich bijvoorbeeld en bevriest), B handelt en praat nog kort en bereikt pas dan zijn eindhouding.
- Belangrijk is dat je erop vertrouwt dat het eindstandbeeld zich als vanzelfsprekend in de loop van het spelen zal ontwikkelen.