Twee spelers komen op het podium en ontmoeten elkaar volkomen toevallig op een plek die voorgegeven wordt.
Beiden hebben elkaar lang niet gezien en praten schijnbaar vriendelijk over hun families, vrienden, werk enz. In hun hoofd ziet het er anders uit. Ze denken in werkelijkheid heel anders over hun gesprekspartner.
Deze gedachten delen ze met het publiek (meestal medespelers tijdens de oefenronde) door hun hoofd in hun richting te draaien. De gesprekspartner hoort de gedachten weliswaar, maar mag er niet op letten en moet zelf ook vriendelijk praten — maar mag slecht over de ander denken en iedereen zijn gedachten meedelen.