Zum Inhalt springen

Gelukkig, ongelukkig

Deze oefening kan in de kring met meerdere spelers worden gespeeld, maar ook als paaroefening met z'n tweeën.

Er wordt zin voor zin een verhaal verteld, waarbij iedere speler steeds één zin zegt.
De eerste zin van het verhaal is een heel eenvoudige inleidende zin.
Daarna beginnen de zinnen altijd afwisselend met "Gelukkig..." en "Ongelukkig..." (of ook: "Helaas..."), dat wil zeggen: eerst is iets positief en dan weer negatief.

Niettemin geldt altijd nog wat eerder werd gezegd. Door een volgende zin mag het eerder gezegde niet worden genegeerd of uitgewist.

Doel is om bij iedere zin een passende oplossing te vinden en daarbij het beste het meest voor de hand liggende te gebruiken.

Zoals in alle verhalen zijn herintroducties van wat aan het begin werd gezegd altijd voordelig voor het verhaal.

Voorbeeld:

De spelers gaan in een kring staan:
- Speler A: "Gisteren stapte ik in een vliegtuig naar New York City."
- Speler B: "Helaas raakte mijn vlucht in turbulentie."
- Speler C: "Gelukkig duurde dat niet al te lang."
- Speler D: "Helaas veroorzaakte de turbulentie een motorstoring."
- Speler E: "Gelukkig waren er parachutes aan boord."
- Speler F: "Helaas waren er niet genoeg voor iedereen."
- enzovoort...

Laatst bewerkt door Unbekannt, 10.04.2026 11:43 · Versiegeschiedenis ·