De presentator vraagt of iemand een boek (proza) bij zich heeft.
Een van de spelers pakt het boek en mag alleen willekeurig gekozen zinnen uit het boek voorlezen of uitspreken.
De andere spelers vullen de scène aan met hun handelen en spreken.
De presentator vraagt of iemand een boek (proza) bij zich heeft.
Een van de spelers pakt het boek en mag alleen willekeurig gekozen zinnen uit het boek voorlezen of uitspreken.
De andere spelers vullen de scène aan met hun handelen en spreken.