Er worden paren gevormd. Eén speler vertelt nu een verhaal in de vorm van vragen: "Zullen we naar het park gaan?" "Zullen we daar de eenden voeren?"...
De ander heeft als enige opdracht het voorstel te beamen of te verwerpen — maar zo kinderlijk mogelijk. Hij fluistert dus veel zachte korte "ja's" of "nee's", begeleid door driftig knikken of nee schudden. En daarbij moet hij zo enthousiast mogelijk zijn, ook bij de "nee".
Deze oefening dient ertoe de ander een fijne tijd te bezorgen. Want wanneer hij ziet dat het verhaal de ander bevalt, voelt hij zich automatisch goed — en dat is een belangrijk punt op het podium. Door het enthousiaste "ja" en "nee" wordt veel positieve energie uitgestraald, wat er ook aan bijdraagt dat het verhaal automatisch vooruitgaat.
Heeft degene die het verhaal hoort en "ja" en "nee" moet zeggen het gevoel dat het hem te traag gaat, dan kan hij ook "en nu?" vragen.
Na een tijdje worden de rollen gewisseld.