Zum Inhalt springen

Ja – jaja – nee – neenee

De spelers staan in een kring. Iedereen geeft met de klok mee het woord "ja" door aan zijn buurman. Wil de buurman dat de richting verandert, dan zegt hij tegen zijn buurman (van wie hij zojuist het "ja" heeft ontvangen): "Jaja". Nu verandert de richting en tegen de klok in wordt nu het woord "nee" doorgegeven. Wil er weer van richting worden gewisseld, dan zegt de ontvanger van het "nee": "Neenee". Daarna gaat het verder met "ja" met de klok mee, enzovoort.