Aan dit gagspel doen drie spelers en het publiek mee. Voor aanvang van het spel wordt een suggestie gevraagd. Bijvoorbeeld een plek of een situatie waarbij gewoonlijk drie mensen betrokken zijn. Daarna vraagt elke speler van het publiek iets eigens voor zichzelf: de eerste laat zich een dierengeluid geven — bijvoorbeeld "miauw", de tweede een typische uitdrukking van verbazing — bijvoorbeeld "o nee!", de derde een uitdrukking van vreugde — bijvoorbeeld "joepie!"
Er begint nu een gewone scène. Telkens wanneer één van de spelers een zin heeft afgemaakt, roept het hele publiek het begrip of het dierengeluid dat bij de betreffende speler hoort.
Voorbeeld:
A: "Goedemorgen!" — Publiek: "Joepie!"
B: "Goedemorgen, Gustav." — Publiek: "Miauw!" "Heb je de afwas al opgeruimd?" — Publiek: "Miauw!"
A: "Ja, mama." — Publiek: "Joepie!"
C: "Goedemorgen!" — Publiek: "O nee!"
enzovoort.
Tips en aanwijzingen
- Je moet gewoonlijk lange zinnen spreken. Alleen bij uitzondering iets korts als "oh!" of "ja".
- Na elke zin een pauze maken, om het publiek tijd te geven voor de reactie.
- Nooit door elkaar oftewel tegelijk praten!
- Grappig is het wanneer je de bij de spelers horende begrippen of het dierengeluid zinvol in de scène verwerkt. Bijvoorbeeld B: "Heb je de kat al gevoerd?" — "Miauw!". Of wanneer het bijbehorende begrip helemaal niet bij de uitspraak of het gespeelde gevoel past. Bijvoorbeeld A: "Het feest was fantastisch. Maar ik heb verschrikkelijke hoofdpijn!" — "Joepie!"
- Ook al daagt het spel spelerstechnisch eerder ondergemiddeld uit, heeft het publiek er veel plezier in.