Deze oefening is geschikt voor een grotere groep.
De spelers staan in een kring. De spelleider stuurt twee klinkers de kring in. Eerst spreekt hij tegen zijn rechter- of linkerbuurman een "a" uit. Die zegt vervolgens zelf weer een "a" tegen zijn volgende buurman, maar anders uitgesproken — want iedere speler moet dezelfde klinker anders vormgeven: kort of lang, hoog of laag, gesproken of gezongen enz. Wanneer spelers willen, kunnen ze pauzes inlassen voordat ze hun "a" doorgeven. Soms moeten ze spreekpauzes inlassen, want anders kan de tweede klank niet op weg worden gestuurd: de eerste spreekpauze gebruikt de spelleider om de tweede klank/klinker de ronde in te sturen. Tegen dezelfde buurman als bij de "a" spreekt hij nu een "o" uit. Die "o" gaat nu — ook individueel vormgegeven — de kring rond. Belangrijk: hij mag alleen aan de volgende buurman worden doorgegeven wanneer er in de "a"-ketting bewust een spreekpauze is gelaten.
Vooroefening / vergelijkbare oefening
- Een door de spelleider voorgegeven klinker wordt om beurten doorgegeven. De klinker zou zo kort mogelijk moeten worden uitgesproken en de pauzes zouden zo kort mogelijk moeten zijn. Toonhoogte en volume mogen worden gevarieerd. De spelleider kan met de stopwatch meten hoe lang het duurt voordat de klank weer bij hem aankomt.
Met deze oefening worden in het bijzonder het samenspel en het op elkaar letten getraind.