De improgroep vormt een kring en iedereen omarmt zijn buurman. Daarbij kijken allen naar de grond in het midden van de kring. Iedereen schommelt op het ritme van het ene op het andere been en zingt op het ritme met diepe, klankvolle stem: "Bim - Bam - Bim - Bam...".
Op een gegeven moment begint de eerste een klein klokje uit te beelden, doordat hij een alternatieve melodie bimt die toch op de maat van de grote klok past.
Daarna komt de buurman aan de beurt, totdat de ronde één of twee keer is doorlopen.
Variant: Iedereen spreekt een twee- of vierregelig vers uit, wat hem te binnen schiet, op de maat van het bim-bam van de klok. Het hoeft niet te rijmen.