Zum Inhalt springen

Lachparade

Vier of vijf spelers staan naast elkaar op een rij en kijken recht voor zich uit. De eerste in de rij — A — begint luidkeels te lachen. Na een paar seconden lachen wendt hij zijn hoofd en kijkt, nog steeds lachend, naar de persoon naast hem — B. Daarop draait B haar gezicht naar A toe, zodat ze elkaar aankijken. Dan begint ook B te lachen. Beiden kijken daarna weer naar voren. Na een paar seconden wendt B haar hoofd en kijkt naar de persoon naast haar — C. C draait zich naar B en begint eveneens te lachen. Beiden kijken daarna weer naar voren, zodat A, B en C nu naar voren lachen. Deze ketting zet zich voort tot de laatste in de rij, zodat op een gegeven moment alle vier of vijf spelers naar voren lachen.

De naar voren lachende A stopt nu met lachen en wendt zijn ernstige gezicht naar B. Daarop draait B haar gezicht naar A toe, zodat ze elkaar weer aankijken. Nu stopt ook B met lachen. A kijkt vervolgens NIET meer naar voren, maar blijft B ernstig aankijken. B wendt nu langzaam haar hoofd van A direct door naar C. C draait daarop haar gezicht naar B en ook haar lach sterft weg. Deze ketting zet zich voort tot de laatste in de rij, zodat op een gegeven moment iedereen ernstig opzij kijkt. Dus belangrijk: in tegenstelling tot de eerste doorgang kijkt iedereen nu opzij!

Deze oefening is inspannend, bevrijdend en activerend tegelijk.

Mogelijk is deze ook voor toeschouwers indrukwekkende oefening geschikt voor publieke voorstellingen.