Dit zijn verschillende paaroefeningen waarbij één speler de ogen sluit en door de ander op verschillende manieren door de ruimte wordt geleid. Doel is om de ziende partner volledig te vertrouwen en met gesloten ogen een gevoel te krijgen voor de ruimte om je heen. Bovendien wordt hier (lichamelijk) het impro-principe "leiden en volgen" geoefend.
Bij alle varianten zouden de partners na enkele minuten van rol moeten wisselen. Vervolgens praten de mensen (in tweetallen en/of in de kring) over hun ervaringen.
Tip: het kan handig zijn om bij het vormen van paren de spelers te vragen ongeveer even grote partners op te zoeken (in sommige varianten, bijv. "Geluid geven", maakt dat overigens niet uit).
Leiden aan de vinger
De deelnemers vormen paren. Ze staan tegenover elkaar en raken elkaar aan met de wijsvingertoppen van hun linker- of rechterhand. De vingers raken elkaar het liefst maar heel licht. Eén van beiden sluit de ogen en laat zich door de ander door de ruimte leiden.
Robot
De deelnemers vormen paren. Eén van beiden sluit de ogen en wordt een robot, die door de ander door de ruimte wordt gestuurd. De besturing werkt zo:
- Tikken op de wervelkolom tussen de schouders: voorwaarts
- Tikken op de linker-/rechterschouder: draaien
- Hand bovenop het hoofd leggen: noodrem!
Geluid geven
De deelnemers vormen paren. Eén van beiden sluit de ogen. De ander maakt nu in korte intervallen telkens een kort, gelijkblijvend geluid, bijvoorbeeld "piep piep piep" of "toc toc toc". Hij beweegt zich daarbij door de ruimte, gaat misschien ook eens door de hurken of maakt een scherpe bocht. De ander moet proberen hem op basis van de geluiden te volgen. De leider moet er natuurlijk op letten dat er geen botsingen ontstaan met anderen of voorwerpen. Afgesproken wordt dat de "blinde" speler alleen mag bewegen zolang hij het geluid hoort, en meteen stilstaat zodra het verstomt.
Geleide camera
De deelnemers vormen paren. Eén van beiden sluit de ogen. De ander leidt hem door de ruimte en richt zijn hoofd als een camera op een voorwerp. Vervolgens drukt hij licht op zijn hoofd (als de ontspanknop van een camera). Daarop opent de "blinde" speler enkele seconden zijn ogen en neemt het beeld op dat hij ziet. Daarna sluit hij zijn ogen weer en wordt naar het volgende object geleid.
Je kunt deze oefening ook goed combineren met "Robot"; de geleide speler wordt dan een "fotografeer-robot".
Leidende hand
De deelnemers vormen paren. In elk paar leidt één speler (A) en de ander (B) volgt. B sluit bij deze variant niet de ogen. A houdt zijn handpalm ongeveer 20 cm voor B's gezicht. B volgt nu met zijn hoofd en zijn hele lichaam elke beweging van de hand, zodat de afstand tussen de hand en zijn gezicht steeds constant blijft. A kan B daardoor naar wens leiden (op en neer, vooruit, achteruit, draaiend, kantelend enzovoort) en B volgt volkomen wilsloos, als een pop, de hand.
Vaak kun je waarnemen dat de spelers bij deze oefening hele mooie, sierlijke bewegingen maken — die ze anders misschien nooit op deze manier zouden maken.
Stokoefening
Aan deze oefening doen 2 spelers mee. Bovendien is een bezemsteel nodig. Aan elk uiteinde van de stok staat een speler en duwt met de palm van de naar de andere speler toegekeerde hand tegen de aanvankelijk ongeveer horizontale stok. De stok mag niet (nooit) worden vastgepakt. Een blijvende verbinding tussen beide spelers — zonder dat de stok valt — bestaat dus alleen wanneer beiden voldoende druk op de stok uitoefenen. Eén van beiden is de leider; hij loopt, beweegt en duwt daarbij de stok. Hij mag zich daarbij ook in bochten wringen, stilstaan, alle voor hem mogelijke hoogtes tussen vloer en plafond benutten enzovoort. De ander, de "gedrevene", moet voortdurend reageren — in elke situatie tegendruk uitoefenen door de bewegingen op te vangen of mee te bewegen, want de opdracht is om ondanks de voortdurende bewegingen de stok niet te laten vallen.
Piloot
Eén speler krijgt een blinddoek om en de ruimte staat vol obstakels (zet wat stoelen neer). Het idee is dat de rest van de groep de geblinddoekte speler door de ruimte leidt met aanwijzingen. Een mogelijke interpretatie van deze oefening is die van een piloot in een vliegtuig — daarom is deze oefening ook bekend onder de naam "Piloot". De blinde speler is een "vliegtuig" dat verdwaald is in de mist en dat de "verkeersleiders" vanuit hun "toren" naar beneden moeten loodsen. De andere spelers kunnen bijvoorbeeld op een stoel gaan staan om beter overzicht te hebben. Het vliegtuig heeft ook nog maar weinig brandstof en moet zich daarom haasten om bij het doel (de toren) te komen. Het vliegtuig mag alleen vooruit bewegen, maar kan natuurlijk wel naar links en rechts vliegen. De verkeersleiders moeten erop letten dat ze de aanwijzingen vanuit het standpunt van de piloot geven.
Tips en opmerkingen:
- Begin rustig.
- Het gaat om samenwerken, niet om "misleiden".
- Wanneer er wat ervaring is, kan tussen leiden en geleid worden steeds spontaan worden gewisseld.