Er wordt naar de naam van een "gekke" machine gevraagd, dus een machine die niet echt bestaat.
In snel tempo bouwen de spelers de machine op, doordat iedere speler een onderdeel van de machine voorstelt. Hij doet dat met zijn lichaamshouding en een zich herhalende beweging. Achter elkaar komen de afzonderlijke spelers het speelvlak op en vullen de lopende "machine" aan. Mooi is wanneer de menselijke onderdelen van de machine met elkaar interageren. Een hand kan bijvoorbeeld telkens iets pakken, doorgeven, loslaten en de hand van een ander vangt het fictieve voorwerp telkens weer op. Wanneer de machine compleet is (alle spelers staan op het podium), wordt de machine steeds sneller, totdat ze ontploft.