Zum Inhalt springen

Madrigaal

Versie 1

Vier spelers/sters stellen zich naast elkaar op het podium op. Er worden vier verschillende begrippen/zinnen opgevraagd:

Bijvoorbeeld:

Voor stem 1: de naam van een bekende persoonlijkheid (van een bekende politicus),

voor 2: een simpele reclameslogan,

voor 3: een boerenwijsheid of een spreekwoord,

voor 4: een typische zin die ouders tegen hun kinderen zeggen.

Voor alle vier geldt dat ze in eerste instantie altijd in hetzelfde ritme en met dezelfde melodie zingen. Daarbij is het belangrijk om niet alleen verschillende melodieën te kiezen, maar ook verschillende ritmes.

FASE 1:

Stem 1 is verantwoordelijk voor het ritme en begint alleen, door steeds de naam te zingen. Dan volgt stem 2, deze zangstem is in principe verantwoordelijk voor de bas. Stem 3 en 4 zijn de melodiestemmen en zetten ook achtereenvolgens in.

Voorbeeld:
Stem 1 zingt continu bijvoorbeeld "Strack" — korte pauze — "Zimmer-" — korte pauze — "mann!" — korte pauze — herhalen.
Stem 2 zingt bijvoorbeeld "Vierkant" — korte pauze "praktisch. Goed" — herhalen.
Stem 3 zingt bijvoorbeeld "De kruik gaat zolang te water tot hij barst." — korte pauze — herhalen.
Stem 4 zingt bijvoorbeeld "Dank je" — pauze — "zeg je wel!" — korte pauze — herhalen.

FASE 2:

Wanneer alle vier de stemmen zijn gevestigd en een bepaalde tijd steeds hetzelfde hebben gezongen, kunnen stem 3 en 4 achtereenvolgens een solo zingen, waarbij ze de melodie en het ritme variëren — maar niet hun tekst! Na de solo's eindigt fase 2 met het "zangweefsel" uit fase 1.

FASE 3:

Met vertraging, zonder dat een bepaalde volgorde wordt aangehouden, verandert iedereen spontaan twee tot drie keer de tekst, het ritme en de melodie meer of minder, door woordelementen van de anderen in te bouwen, waarbij elke variatie een aantal keer herhaald wordt.

Voorbeeld:
Stem 1 zingt "Zimmermann!" — korte pauze — "gaat te water" — korte pauze — herhaling. Stem 3 besluit eerst nog haar oorspronkelijke versie te zingen en begint pas later met: "Kruhuik" — korte pauze — "niet barsten!". Stem 2 zingt: "Dank je" — korte pauze — "water is praktisch" — herhaling. Ook stem 4 zingt eerst nog haar oorspronkelijke versie en varieert (niet op hetzelfde moment als stem 3) dan op een gegeven moment: "De kruik" — pauze — "zegt niets!". Ondertussen is stem 1 teruggekeerd naar de oorspronkelijke versie. Stem 2 wisselt nu naar: "De kruik zegt dank je tegen Zimmermann" enzovoort.

Het is belangrijk om af en toe naar je oorspronkelijke zangmodel terug te keren. Anders wordt het te chaotisch.

FASE 4:

Aandachtig naar elkaar luisteren: op een gegeven moment moet een van de gevarieerde gezongen zinnen zich uitkristalliseren, die uiteindelijk door allen gezamenlijk in koor wordt gezongen. Iedereen stopt op hetzelfde moment met dezelfde gevarieerde gezongen zin.

Tips en aanwijzingen:
- Het spel is goed geschikt als openingsspel na de pauze.
- In fase 1 moeten de zangers niet te snel inzetten.
- In de zangfrase moet je pauzes vermijden, omdat het lastiger is om deze pauzes qua duur consistent aan te houden.
- Kies geen te moeilijke melodieën, want je moet je na de solo (de variatie) van fase 2 weer de uitgangsversie herinneren!

Versie 2

Bij dit spel wordt eerst bij het publiek voor elk van de zangers een meerlettergrepig woord opgevraagd. Alleen dit woord mag de speler de hele tijd herhalen. Afhankelijk van het aantal deelnemers heeft iedereen een bepaalde functie:

  • Stem 1 begint en geeft met haar woord het ritme aan, door monotoon en continu haar woord te herhalen. (Handig is een woord dat ergens klinkt als percussie, bijvoorbeeld "Kwatskop"; je kunt het publiek bijvoorbeeld om een woord met "tsj" vragen.)
  • Stem 2 kan met haar woord de maat aangeven, bijvoorbeeld 3/4-maat (bijvoorbeeld *Beuk*eltje, beklemtoond op "Beuk").
  • Stem 3 zingt met haar woord de grondtoon.
  • Stem 4 zingt de harmonieën bij de grondtoon.
  • Stem 5 improviseert ten slotte met haar woord een melodie die past bij het ritme, de maat en de harmonie.

Ten slotte is er ook nog een dirigent. Hij geeft bijvoorbeeld enkelen of iedereen opdracht om tijdelijk zachter te zingen, eventueel ook iemand om harder te zingen, of iemand of allen om kort te pauzeren. De dirigent geeft uiteindelijk ook het gezamenlijke einde aan.

Variant: De taken van zanger één en twee, en van drie en vier kunnen bij minder deelnemers worden samengevoegd.

Dit spel is goed geschikt als toegift.

Laatst bewerkt door improwiki, 10.04.2026 11:28 · Versiegeschiedenis ·