Zum Inhalt springen

Mensen, handen, voeten

We bewegen ons kriskras door de ruimte. De spelleider zegt "Stop" en daarna drie getallen. Het eerste getal staat voor het aantal spelers dat zich — snel — bij elkaar moet voegen. Dat bij elkaar komen uit zich in lichamelijk contact: de spelers zijn ergens met elkaar verbonden (waar dan ook). Het tweede getal staat voor het aantal handen waarmee de groep de grond mag raken; het derde getal staat voor het aantal voeten waarmee de groep de grond mag raken. Met andere lichaamsdelen mag de grond niet worden geraakt.

Als de spelleider bij een groep van 12 spelers bijvoorbeeld "3-3-2" roept, vinden er spontaan vier groepjes van drie spelers elkaar, die zich — per groepje! — mogen afsteunen met in totaal drie handen en twee voeten. Zo ontstaan er interessante en grappige "stilstaande beelden". Het is behoorlijk acrobatisch als een persoon in een groepje helemaal zonder voetsteun moet (zoals in het voorbeeld). Daarom is het goed om elke persoon in principe één voet te gunnen.

Er kunnen ook andere lichaamsdelen in het spel worden betrokken (hoofd, billen), maar dan moet dat expliciet worden aangekondigd of afgesproken.