Twee spelers krijgen als suggestie van het publiek een "zintuiglijk begrip". Vervolgens hebben ze de opdracht om binnen een vastgestelde tijd (bijvoorbeeld 90 seconden) zo veel mogelijk miniscènes te spelen volgens het Freeze Tag-principe (zij het zonder spelerswisseling), die allemaal iets met dit begrip te maken moeten hebben.
Zodra het begin van de scène staat en het verband met het gegeven begrip zichtbaar is, roept de spelleider "Punt", de spelers bevriezen een fractie van een seconde en spelen daarna vanuit die houding meteen — anders mag de spelleider ze met "onzuivere freeze" terug naar de uitgangspositie sturen — een nieuw scènebegin. Op deze manier ontstaat een keten van miniscènes met dezelfde twee spelers: scènes die telkens nieuwe rollen en locaties brengen, maar die op de een of andere manier allemaal met het gegeven begrip te maken hebben.
Omdat het spel op tijd gaat, oefenen de spelers om zo snel mogelijk personage, locatie en handeling te definiëren.
Als voorbereidende oefening biedt zich Standbeeld - scènebegin aan.