Aan deze oefening doen drie personen (A, B en C) mee.
Persoon A staat klaar in het midden, twee anderen staan voor haar. B maakt met het bovenlichaam langzaam eenvoudige bewegingen en C met het onderlichaam. A moet beide tegelijk spiegelen. Verder stellen B en C om beurten vragen die A moet beantwoorden. De één stelt een eenvoudige rekensom, de ander stelt persoonlijke vragen.
Na een tijdje wordt er gewisseld.
Varianten:
Geen persoonlijke vragen, maar er wordt naar associaties gevraagd.
Vier deelnemers, iets eenvoudiger: B en C stellen alleen vragen, de vierde maakt de na te bootsen bewegingen.