Namenkring 1
Er worden tweetallen gevormd.
De spelers ruilen hun namen.
Eén persoon moet alleen overblijven; die houdt haar naam en roept nu een van de medespelers, die dan snel naar haar toe gaat. Zijn buurman in het tweetal, wiens naam hij heeft aangenomen, probeert hem met de arm of de hand tegen te houden. Heeft hij hem aangeraakt, dan mag hij niet gaan.
Lukt het iemand om zijn plaats te verlaten, dan ontstaat er een nieuwe namenconstellatie, want het nieuw gevormde duo wisselt nu hun namen, en de nieuwe alleenstaande speler roept iemand naar zich toe.
Dit spel is goed om nieuwe namen in te prenten.
Namenkring 2
De spelers staan in een kring. Een bal wordt van speler naar speler gegooid. Bij het werpen wordt de naam genoemd van de speler naar wie de bal vervolgens geworpen moet worden.
Voorbeeld: Michael gooit naar Cordula en zegt Stefan. Cordula vangt de bal en gooit hem vervolgens naar Stefan en zegt daarbij Ulrike. Nu vangt Stefan de bal en gooit hem naar Ulrike ...