Bij deze oefening staan de spelers in tweetallen tegenover elkaar. De overal in de ruimte verspreide paren raken elkaar aan met de handen van hun geheven armen. Iedereen neuriet nu continu in een willekeurige toonhoogte. Een verdere speler — A — neuriet niet. Hij staat ergens in de ruimte en heeft de ogen gesloten. Zijn taak is om naar het neuriën te luisteren en zich op basis van het neuriën zo te oriënteren dat het hem lukt om tussen telkens twee samenstaande spelers door te lopen. Heeft hij hun "poort" gepasseerd, dan mogen die twee met neuriën stoppen, en speler A probeert nu de volgende "poort" te lokaliseren en te doorkruisen. Dat gaat door tot alle "poorten" gevonden zijn. De spelleider of een andere nog niet of niet meer betrokken speler let erop dat speler A niet tegen de muren of andere voorwerpen loopt.
Met deze oefening kun je aandacht, vertrouwen en waarneming trainen, en bovendien is het leuk :-)