Bij deze oefening gaat het erom de spoedige uitspraak of weergave van basisinformatie en het snelle wisselen te oefenen (zie ook ROTZ, CROW, CBZO).
Basisinformatie is in het bijzonder:
*Wie zijn de personen op het podium?
In welke *relatie en/of in welke status staan ze tot elkaar?
*Waar zijn ze?
(Eventueel ook:)
Welke *routines of handelingen verrichten ze?
In welk *genre en/of welk tijdperk speelt de scène?
Waar gaat het over? (conflict, probleem, belofte*) (meestal later in de scène)
Aan de oefening doen twee spelers en een spelleider mee, waarbij één speler per ronde meestal de hoofdrolspeler is. De spelers beginnen en handelen/praten totdat de spelleider zegt: "Nieuwe keuze". Het draait altijd om het overbrengen van de hierboven genoemde basisinformatie. De speler die zojuist een van de basisinformaties heeft uitgesproken, moet zijn laatste zin door een nieuwe zin vervangen, of zijn laatste handeling die basisinformatie overbracht door een nieuwe vervangen. (Alleen) de zojuist gesproken woorden hebben geen betekenis meer of de zojuist gemaakte handeling heeft geen betekenis meer en wordt als niet-bestaand behandeld en compleet uit het "geheugen" geschrapt.
Het draait om oefening, niet om een "mooie" scène. Die zal er meestal niet zijn, omdat ze steeds weer snel onderbroken/in stukken gehakt wordt. De ronde kan heel kort zijn, afhankelijk van hoeveel basisinformatie al met de eerste zinnen of de eerste handelingen is gegeven.
Voorbeelden
(SL: NK = spelleider: "Nieuwe keuze") (tussen haakjes en ingesprongen telkens de basisinformatie)
Voorbeeld 1:
A: "Schat?"...
::(Relatie: echtpaar of liefdespaar)
SL: NK
A: "Mevrouw Schneider, geeft u mij alstublieft het dossier Müller?"
::(Personen/relatie/status: chef-medewerkster; een naam; plek: kantoor)
SL: NK
A: Draait aan een hendel.
::(Handeling zonder specifieke informatie, zou de bediening van een technisch apparaat kunnen zijn)
B: "Mama, ik heb honger!"
::(Personen/relatie: moeder-kind; plek: vermoedelijk in de keuken bij het bedienen van het fornuis; vaststaand: draaien aan een hendel)
SL: NK
A: "Kapitein, de antimaterie-transmitter draait nu op vol vermogen!"
::(Personen/relatie/status: ruimteschip-bemanningslid en kapitein; plek: brug van het ruimteschip; tijd/genre: toekomst/sciencefiction; vaststaand: draaien aan een hendel).
B: "Mary, accelereer nu naar bovenlichtsnelheid!"
::(naam/statusbevestiging)
Voorbeeld 2:
B behangt.
::(routine/handeling)
SL: NK
B schroeft een lamp aan het plafond.
::(handeling)
SL: NK
B hoest hevig.
::(handeling)
A luistert B af.
::(hoesten staat vast en blijft. Persoon: arts; relatie: nog onduidelijk, eerder onpersoonlijk)
A: "Mevrouw Schneider, ik schrijf u een hoestopwekkend middel voor."
::(2e persoon: patiënte; relatie: arts-patiënt; naam; plek: vermoedelijk praktijk)
SL: NK
A: "Mevrouw Müller, als bedrijfsarts moet ik uw stoflong aan de directie melden!"
::(hoesten en luisterende arts staan al vast, nieuw: concretisering persoon: arts naar bedrijfsarts; 2e persoon: werknemer; relatie/status: arts en werknemer; naam; probleem)
Voorbeeld 3:
A: "Hagen, geef hem de speer!"
::(tijd/tijdperk: middeleeuwen; eventueel genre: Duitse riddersage; naam; taal: archaïsch)
SL: NK
A kookt en proeft.
::(routine/handeling; plek: eventueel keuken)
B: "Schat, tafel 2 wacht al een uur!"
::(koken en proeven staan vast. Relatie: echtpaar of liefdespaar; plek nu definitief: keuken van een restaurant).
A: "Helga, zeg hun dat het door de aanloop naar Kerst gewoon erg druk is!"
::(naam; tijd; eventueel probleem).