Een ontspannings- en losmaakoefening die je op een lange improdag ook goed tussendoor kunt inpassen. Ook aan te raden voor zangworkshops.
De groep vormt paren van ongeveer gelijke lichaamslengte en verspreidt zich door de ruimte.
1. Fase: Wervel voor wervel afrollen
Een van de partners (A) sluit de ogen en laat de adem vrij stromen. De ander (B) raakt hem met de vingertoppen links en rechts van de halswervels aan en markeert daar een voelbaar drukpunt. Het drukpunt wandert nu centimeter voor centimeter langzaam de wervelkolom af. Op de plek van het drukpunt ontspant de rug zich, zodat A langzaam, wervel voor wervel, "als een varenblad" naar beneden rolt, totdat hij helemaal ontspannen voorover hangt. De benen van A staan daarbij rechtop (knieën niet op slot) en zijn armen hangen slap naar beneden; uiteindelijk raken ze ongeveer de vloer. Belangrijk is dat A ook zijn gezicht ontspant, zijn mond half open laat en zijn kaak losjes laat hangen (B moet dat tussendoor in de volgende fase steeds controleren door A's hoofd en lichaam licht heen en weer te schudden). A "voelt in zijn ontspanning en in zijn ademhaling".
2. Fase: Afstrijken/kloppen
B strijkt en klopt A nu met beide handen (altijd naar beneden gericht): eerst de rug (voorzichtig kloppen), dan de billen en benen omlaag, rondom de bovenbenen en kuiten, de voeten stevig "in de grond drukken" voor een goede stand, en ook de schouders, boven- en onderarmen. B kan kloppen en afstrijken afwisselen. Bij het kloppen kan B ook zijn handen ontspannen vuist houden, maar daarbij de polsen heel losjes maken. Het geheel is een massage die A passief en ontspannen over zich heen laat komen en kan genieten. Daarbij wordt de hele spierfunctie losgemaakt en "levend gemaakt".
3. Fase: Wervel voor wervel oprichten
Nu geeft B opnieuw een drukpunt op A's lendenwervels, dat heel langzaam naar boven wandert. B moet erop letten dat A zich daarbij niet sneller opricht dan het drukpunt aangeeft. Belangrijk is om A aan het eind te vertellen dat hij zijn hoofd niet zelf opricht, maar het nog even laat hangen. Het oprichten van het hoofd doet B voor A: B pakt van achteren met beide handen zijdelings A's kaak en hoofd vast, richt het hoofd op, houdt dat nog 3 seconden vast terwijl A nu zijn ogen weer opent, en laat dan los. A mag B nu, als hij wil, bedanken!
Daarna wisselen A en B van rol.
Doel van de oefening: ontspanning, losmaken, genieten van passiviteit (in dit geval het gemasseerd worden), en het verliezen van angst voor lichamelijk contact.