De spelers staan in een kring. Er wordt een thema gekozen of opgegeven, bijvoorbeeld beroepen. Een van de spelers begint en zegt tegen een willekeurige andere speler in de kring een beroep; hij onthoudt beide. De aangesprokene onthoudt zijn voorganger, zegt tegen een volgende speler een ander beroep en onthoudt ook beide, enzovoort. Iedereen wordt maar één keer aangesproken. Is de laatste speler aan de beurt geweest, dan wendt hij zich tot de eerste en zegt die een beroep. Zo ontstaat er een gesloten "patroon" dat alle spelers kriskras met elkaar verbindt. Om de reeds betrokken spelers te herkennen kunnen zij in de eerste ronde een hand op hun hoofd leggen. In de volgende rondes wordt met dezelfde begrippen de volgorde van de eerste ronde herhaald. Als de volgorde en de begrippen zijn ingeoefend, wordt de eerste ronde stopgezet.
Er volgt een tweede ronde, waarvoor een ander thema wordt vastgesteld, bijvoorbeeld namen van groente of fruit. Een andere speler begint en spreekt ook een andere persoon aan. De aangesprokene zegt tegen een volgende speler een ander fruit of groente, enzovoort. Is de laatste speler aan de beurt geweest, dan wendt hij zich tot de eerste van de tweede ronde en zegt die een fruit- of groentesoort. Daarmee is ook dit "patroon" gesloten. In de volgende rondes wordt met dezelfde begrippen de volgorde van de eerste fruit-/groenteronde herhaald.
Als de volgorde en het fruit of de groenten zijn ingeoefend, wordt deze tweede ronde uitgebreid met de begrippen en personenvolgorde van de eerste ronde. Dat wil zeggen dat er nu TEGELIJK twee begripsreeksen in de kring rondgaan; de twee patronen worden "over elkaar heen" gelegd.
Basisregels
De volgende basisregels moeten in acht worden genomen:
Er wordt altijd exact dezelfde volgorde aangehouden als bij de eerste ronde van het betreffende patroon werd vastgesteld.
Iedereen die zijn begrip wil doorgeven, zorgt ervoor dat de ontvanger oplettend is en dat zijn begrip ook daadwerkelijk wordt ontvangen (oogcontact!). Is er geen aandacht, dan wordt het eigen begrip herhaald totdat de ontvanger het heeft gehoord en zijn eigen begrip heeft doorgegeven.
Iedereen let op degenen die hem begrippen willen toesturen en wendt zich naar hen toe.
Dit spel vereist een hoge mate van concentratie en aandacht. Wie durft kan nog een derde ronde toevoegen met een derde groep begrippen (automerken, voornamen, plaatsnamen enzovoort).
Raakt een begripsgroep verloren (wat na enige tijd normaal is), dan wordt die door de eerste speler van de betreffende ronde opnieuw gestart.
Varianten
Haptisch patroon: Een bal of iets dergelijks wordt volgens dezelfde regels van de een naar de ander gegooid. Dit patroon wordt met de begripspatronen gecombineerd.
Plaatswisseling: Als nieuw patroon wordt er een ingevoerd waarbij de spelers van plek wisselen. De eerste speler wijst naar een ander, zegt "Jij!" en loopt langzaam naar diens plek. Die aangesprokene kiest een volgende, wijst die aan en loopt naar zijn plek, enzovoort. Is het patroon gesloten, dan wisselen alle spelers om beurten van plek. Als dit wordt gecombineerd met andere patronen, ontstaat de extra moeilijkheid dat de aan te spreken personen op verschillende plekken te vinden zijn.
Loopoefening: Wanneer het patroon gevestigd is, kan de kring worden opgeheven. De spelers lopen willekeurig door de ruimte en gooien elkaar de begrippen toe.
Ballen: Ter ondersteuning kunnen gelijktijdig met het noemen van het begrip kleine balletjes worden gegooid.