Een oefening of spel voor drie spelers. De spelers vormen een statusketen (A heeft de hoogste status, B de middelste, C de laagste). Nu gelden de volgende regels:
- A spreekt alleen met B (stelt vragen en geeft bevelen)
- B "geeft alleen door" (geeft de vragen en bevelen door aan C en geeft antwoorden en reacties van C terug aan A). B speelt daarbij een klassieke "jaknikker" (naar boven buigen, naar beneden trappen)
- C is enerzijds de sukkel, maar anderzijds feitelijk de stuurman van de hele scène. Hij beantwoordt de vragen van B, voert de bevelen uit en geeft reacties.
Varianten
algemeen
- De lagere in status wordt met een ballon geslagen.
De drie boeven
Voortbouwend op deze basisregels kun je bijvoorbeeld een grappige scène spelen met de volgende aanvullende regels:
- De spelers zijn drie wat domme boeven die een boevenstreek willen uithalen (bijvoorbeeld een bank beroven) — wat, komt als suggestie van het publiek.
- Alle drie dragen een hoed (muts, pet of iets dergelijks). Ieder heeft de gewoonte om, wanneer hij boos wordt, zijn hoed op de grond te smijten en een tic uit te voeren. De tic wordt ook door het publiek bepaald en kan ook iets volstrekt absurds zijn (bijvoorbeeld een lied zingen, strijken...).
- In deze tic-toestand moet hij blijven tot hem door zijn naastlagere ondergeschikte de hoed weer wordt opgezet.
- C mag als enige zijn hoed zelf weer opzetten.
Zie ook
- Oefening Statusketen