Een bepaalde ruimte wordt steeds gedetailleerder vastgelegd. Dat gaat als volgt:
De eerste loopt door een denkbeeldige, pantomimisch uitgebeelde deur en begint pantomimisch een voorwerp te bespelen, bijv. een koffiezetapparaat, door koffie voor zichzelf te zetten. Daarna loopt hij door de deur weer af. De tweede doet hetzelfde als de vorige speler en daarnaast een verdere pantomime die een tweede voorwerp in de ruimte verbeeldt. Loopt af. De derde gebruikt de twee voorwerpen zoals de eerste twee en voegt pantomimisch een derde voorwerp toe, enzovoort.
Varianten:
- De voorwerpen van de voorgangers moeten weliswaar gebruikt worden, maar in willekeurige volgorde.
- Alle voorwerpen van de voorgangers worden bespeeld, maar niet noodzakelijk met dezelfde handeling.