De spelers staan in een kring.
De eerste — A — heft de gestrekte armen boven zijn hoofd, waarbij beide handen een denkbeeldig zwaard vasthouden. Dit zwaard slaat de speler met een luid en strijdlustig "Ha!" op het hoofd van een willekeurige andere speler — B — (niet per se zijn directe buren).
Speler B verweert zich tegen de slag van A door zijn denkbeeldige zwaard, met beide handen vastgehouden, schuin omhoog boven zijn hoofd te houden. Daarbij roept B luid "He!".
De twee spelers links en rechts van B slaan vervolgens met hun eigen denkbeeldige, met beide handen vastgehouden zwaard op de romp van B en schreeuwen tijdens de slag luid en strijdlustig "Hoe!".
Nu herhaalt het hele proces zich met andere deelnemers: de in de romp "getroffen" speler B slaat nu op zijn beurt met een luid en strijdlustig "Ha!" richting het hoofd van een willekeurige andere speler C.
C verweert zich met "He", enzovoort.
Hoe sneller en gelijkmatiger het verloopt, hoe beter.
Zie ook Snelle dood.