Vier spelers staan achter elkaar, allen met het gezicht naar het publiek (d.w.z. de achterste spelers kijken naar de rug van de voorste). Hun opdracht is om een door het publiek gegeven onderwerp te bezingen. De muziek komt van de muzikant. Alleen de speler die vooraan staat zingt over het onderwerp. Wanneer hij er geen zin meer in heeft of niets meer te binnen schiet, stopt hij en loopt achteraan in de rij staan. Nu moet de voormalige tweede persoon in de rij verder zingen. Ook zij kan op elk moment stoppen en naar achteren lopen. Maar ook de speler die direct achter de zingende speler staat mag deze op elk moment aflossen. Daarvoor wordt hij duidelijk zichtbaar aangetikt (bijvoorbeeld op de bovenarm) of opzij geduwd en moet dan direct naar achteren.
Na een tijdje, wanneer het publiek het spelprincipe doorheeft, mag de strenge regel iets losgelaten worden, bijvoorbeeld door aan het eind de strenge rij naar achteren los te laten en alle vier tegelijk te laten zingen (bijvoorbeeld door meerdere keren gezamenlijk een passende, pakkende slotzin te zingen). Of het aflossen mag frequenter/hectischer worden, of zelfs zachtjes (!) wegduwen is toegestaan.
Tips en aanwijzingen
- Mooi is dat je de verantwoordelijkheid op elk moment aan de achterliggende persoon kan overdragen, dat haalt de druk eraf. Dat geldt vooral voor mensen die onzeker zijn over hun zang. De "druk" is lager omdat ze weten dat ze op elk moment kunnen stoppen.
- "Alfadieren" en podiumbeesten die net aan hun grote muzikale hoogtepunt willen beginnen, kun je eenvoudig aflossen. Dat kan komisch zijn.
- Met drie spelers werkt het spel ook.