Zum Inhalt springen

Superscene

Regie

Aan dit spel kunnen drie tot vijf personen meedoen. Elk van de spelers is verantwoordelijk voor één van de verhalen — hij is er de regisseur van. Hij kondigt de scène aan, vraagt het publiek om suggesties en kan — als hij wil — willekeurige andere eisen stellen, bijvoorbeeld de vorm van zijn spel bepalen (rijmen, ABC-spel, genre). De andere spelers spelen dan de scène. Op het juiste moment beëindigt de regisseur de scène. Daarna is de volgende speler aan de beurt, die nu in de rol van regisseur stapt. Ook hij kondigt de scène aan en geeft er vorm aan met suggesties enzovoort. Ook hier wordt gespeeld. Dit gaat zo door tot alle drie tot vijf spelers een keer regie hebben gevoerd. Daarna is de speelronde ten einde. De gespeelde scènes worden vervolgens kort door de regisseurs geschetst en aangeprezen; zij maken duidelijk waarom het publiek beslist het vervolg wil zien. Want daar gaat het om: het publiek beslist nu welke verhalen ze verder willen zien. Over elke gespeelde scène wordt door middel van applaus gestemd. De scène met het minste applaus valt af.

Daarna begint de tweede ronde. De afzonderlijke, door de betreffende regisseur gemodereerde verhalen worden voortgezet, waarbij de regisseur telkens een nieuwe suggestie bij het publiek ophaalt, maar daarnaast ook nog andere opdrachten aan de spelers kan geven. Verder verloopt deze ronde als de eerste, maar dan zonder het afgevallen spel. Ook na deze speelronde valt een regisseur met zijn verhaal af.

Afhankelijk van het aantal spelers = regisseurs zijn er dus drie tot vijf speelrondes. Aan het einde blijft één verhaal over, de "Superscène", ofwel het verhaal dat het publiek doorlopend interessant vond.

Aanwijzingen en tips:
- De regisseurs prijzen alleen hun eigen verhaal aan; dat van de anderen wordt niet becommentarieerd of zelfs slechtgemaakt.
- Het gaat erom de interesse van het publiek voor het verloop van het verhaal te wekken en/of vast te houden, want iedereen wil dat zijn scène de volgende ronde haalt.
- Het is zinvol de betreffende scène met een "cliffhanger" te beëindigen, dat wil zeggen met een open einde, dat het publiek nieuwsgierig en vol spanning over het verdere verloop van het verhaal (in de volgende ronde) maakt.
*De betreffende regisseur kan — maar hoeft niet — de lopende scène te onderbreken om regieaanwijzingen te geven (bijvoorbeeld "Nieuwe keuze", wanneer hem een scèneverloop niet bevalt) of om het publiek te raadplegen.
- Het gaat om creatief samenspelen, dat wil zeggen: ook al zijn de regisseurs (vermeende) concurrenten, toch proberen allen in elke scène hun beste bijdrage te leveren.

Genre

De presentator vraagt aan het begin vier of vijf genres. Daarna volgen vier of vijf zelfstandige scènes, die elk in een van de verschillende genres worden gespeeld. Daarna is de eerste speelronde ten einde. De presentator schetst de gespeelde scènes. Het publiek beslist nu welke verhalen het verder wil zien. Over elke gespeelde scène wordt door middel van applaus gestemd. De scène met het minste applaus valt af. In de tweede ronde worden de overgebleven verhalen voortgezet. Verder verloopt deze ronde als de eerste, maar dan zonder het afgevallen spel. Ook na deze speelronde valt een spel af. Aan het einde blijft één verhaal over, de "Superscène", ofwel het verhaal dat het publiek doorlopend interessant vond.

Laatst bewerkt door improwiki, 10.04.2026 11:36 · Versiegeschiedenis ·