Zum Inhalt springen

Tellen in de kring met gebaren

Er wordt een kring gevormd.

Speler 1 begint te tellen door "1" te roepen en tikt zichzelf daarbij op zijn linker- of rechterschouder.
Bij een tik op de linkerschouder is zijn linkerbuur aan de beurt om verder te tellen met "2"; bij een tik op de rechterschouder is zijn rechterbuur aan de beurt.
Deze tikt zichzelf dan ook weer op de schouder, enzovoort.

Deze impuls gaat zo heen en weer door de kring tot je bij de speler komt die het getal "7" roept.

Deze speler tikt zichzelf niet meer op de schouder, maar houdt in plaats daarvan óf zijn rechter- óf zijn linkerhand boven zijn hoofd, parallel aan zijn schouder.
De rechterhand boven het hoofd betekent nu dat zijn linkerbuur aan de beurt is; de linkerhand boven het hoofd betekent dat zijn rechterbuur aan de beurt is.

Deze volgende buur begint dan opnieuw bij "1" en tikt zichzelf weer op de rechter- of linkerschouder zoals hierboven, enzovoort.

Varianten

  • In plaats van tot 7 kan er ook tot 5 of tot een ander oneven getal worden geteld. Dit kan ook afwisselend, om het nog moeilijker te maken: één ronde 1 tot 5, dan één ronde 1 tot 7, enzovoort.
  • Het roepen van de getallen kan worden weggelaten; je tikt jezelf dan stil op de schouder.
  • Wanneer een speler een fout maakt, moet hij één keer om de kring heen lopen en zich op een andere plek dan eerder weer in de kring voegen.
  • Nog moeilijker: laat twee impulsen tegelijk rondgaan.
  • De "vijf" mag niet worden uitgesproken; er wordt alleen op de schouder getikt.