Twee spelers staan op gepaste afstand tegenover elkaar. Eén is de aanvaller, de ander de verdediger. De aanvaller gebruikt afwisselend voeten, armen, hoofd, schouder om de verdediger plotseling en herhaaldelijk te attaqueren. Dit echter altijd op veilige afstand. De aangevallene reageert spontaan alsof hij werkelijk geraakt zou zijn.
Het spel kan paarsgewijs worden gespeeld, of de hele groep vecht tegelijk, "iedereen tegen iedereen".
De oefening is geschikt om op te warmen, goed om remmingen en frustraties af te bouwen en traint daarnaast de expressie.
Zie ook Vechtpartij in slow motion