De spelleider stelt vragen die de spelers moeten beantwoorden — en wel volgens het associatieprincipe — zo snel mogelijk.
Belangrijk: de vragen zouden concreet moeten zijn en op elkaar voortbouwen. Stel gerust in de vragen zelf beweringen op.
bijv.: Je ziet een doos. Daarop staat WELKE TEKST?
Antwoord: Treed binnen.
Je krimpt en gaat in de doos. WAT bevindt zich daar?
Antwoord: een steen.
Precies. Deze steen heeft een bijzondere eigenschap, WELKE?
Antwoord: Hij helpt de mensen om zich in het universum te oriënteren.
Wow! Het universum kan met de steen communiceren. HOE werkt dat?
Antwoord: Door het uitzenden van munten in klavervorm.
Er is een groot gevaar voor deze communicatie. WELK?
Antwoord: door de klimaatverandering smelten de klavertjes.
En wat gebeurt er wanneer deze steen geen klavertjes meer kan uitzenden?
Antwoord: Dan implodeert het universum.
Er is een manier om dat eventueel tegen te houden. WELKE?
Antwoord: Zoveel mogelijk mensen moeten de steen aanraken.
En dat gaat HOE?
Antwoord: De steen verlaat 2x per jaar de doos....
.....
Tip: vermijd ja/nee-vragen en geef genoeg input!