Alle spelers gaan in een kring staan. Een speler begint met aan zijn rechterbuurman te vragen: "Noem me vijf dingen die...", waarbij hij zelf bedenkt welke vijf dingen dat moeten zijn (bijvoorbeeld: "... die je niet in je bed wilt aantreffen!"). De speler rechts van hem noemt — zo snel mogelijk en zonder na te denken, dat is het doel van het spel — het ene ding na het andere. Na het eerste ding roept de groep luid "Eén", na het tweede "Twee", enzovoort. Zijn er vijf dingen genoemd, dan roept de hele groep luid "Vijf dingen!" en vraagt de speler die net de vijf dingen heeft genoemd aan zijn rechterbuurman weer andere vijf dingen (bijvoorbeeld: "Noem me vijf dingen die je vóór je dood nog wilt doen!").
Doel van het spel:
Snelheid (bij de vijf dingen niet nadenken) en ritme.
Aandachtspunten:
- De gevraagde dingen kunnen totaal verschillend zijn en hoeven geen patroon te volgen.
- Belangrijk is dat ze als uit een pistool worden afgevuurd en dat de gevraagde speler niet lang nadenkt.
- De antwoorden, de vijf dingen, hoeven inhoudelijk niet per se bij de vraag aan te sluiten.
- Het roepen van de getallen of "Vijf dingen!" kan ook in het Engels: "Five things!".
Varianten:
- In plaats van een vaste volgorde staat een speler in het midden en kiest een willekeurige speler uit de kring, gaat voor hem staan en vraagt om de vijf dingen. Wanneer de speler klaar is, ruilt hij van plek met de speler in het midden en vraagt zelf aan een willekeurige andere speler, enzovoort. → Zo moet je de hele tijd alert blijven, want je weet nooit wanneer je aan de beurt bent.
- De oefening wordt met zeven dingen gedaan.
- De spelers zeggen "één ding", "twee dingen", enzovoort.
- Ter afsluiting roept iedereen hardop "Dat zijn vijf (zeven) dingen!"
- Wie te langzaam is, wordt door de twee buren links en rechts licht op de bovenarm geduwd totdat hij een antwoord weet.