Vier spelers zitten naast elkaar op het podium. Ze bevinden zich in een wachtkamer bij de dokter.
Ieder van de vier kiest een speler die hij liefheeft, een die hij haat en een die hij niet kan luchten (geuruchtechnisch).
Vervolgens wordt er vrij geïmproviseerd en praat men over dit en dat, en maakt men de overige spelers, die het publiek vormen, duidelijk welk gevoel men voor welke persoon heeft.
Duidelijke zinnen als "Ik hou van jou", "Jij stinkt me" of "Ik mag u niet" mag je niet inweven; dat zou te eenvoudig zijn. De stoelen mogen bovendien niet uit sympathie- of antipathieoverwegingen verschoven worden.
Na een tijdje stopt de spelleider de scène en raadt het publiek wie wie liefheeft, haat en wie wie niet kan luchten. De vier spelers op het podium zeggen niet of het klopt.
Wanneer het bij de een of de ander niet duidelijk genoeg is overgekomen, wordt er doorgespeeld en moeten zij dat nu duidelijker tot uitdrukking brengen.
Bijzonder lastig wordt het wanneer er kruiselings wordt gepraat, wat wel eens gebeurt omdat de vier stoelen naast elkaar staan. Zorg er wel voor dat er niet achter de rug van de andere spelers wordt gesproken, want die krijgen het dan eventueel niet mee.