"Wie is er bang voor de zwarte man?" is een loopspel voor meerdere spelers, dat vooral in de gymles op basisscholen en bij jeugdkampen erg populair is.
Het spel is bedoeld voor meer dan ongeveer acht spelers. Er is bijna geen bovengrens. Als speelveld dient bij voorkeur een groot, egaal terrein in de open lucht met een duidelijke speelveldgrens.
Spelregels
De tikker is de "zwarte man" en staat meestal zo'n 15 meter van de anderen af, aan de overkant van het veld of de ruimte. Wanneer hij roept "Wie is er bang voor de zwarte man?", antwoordt de groep met "Niemand!". Op "En als hij komt?" is het antwoord: "Dan lopen we weg!" of "Dan rennen we ervandoor!". De twee partijen rennen nu in tegenovergestelde richting naar de andere kant, naar de veilige muur of grens. De tikker probeert er daarbij zoveel mogelijk te tikken. Die tikken helpen in de volgende ronde de zwarte man bij het tikken. De laatste die overblijft heeft gewonnen en is meestal de tikker in het volgende spel.
Geschiedenis
Het kinderspel gaat terug op het schrikfiguur van de "zwarte man", dat in het hele Duitstalige gebied bekend is. Afhankelijk van streek en tijd werd daar iets anders onder verstaan: een donkere, schimachtige gestalte of een man in zwarte kleding.
Liedonderzoeker Franz Magnus Böhme beschreef in 1897 dat de term terug te voeren zou zijn op de "Zwarte Dood" (de pest rond 1348). Dat zou ook het spelprincipe logisch verklaren: iedereen die door de pest wordt getroffen (in het spel: wordt aangetikt) draagt zelf de "Zwarte Dood" en sluit zich aan bij het leger van de "zwarte man", dat de plaag verspreidt.