Een "schizo-oefening" (ofwel een aan de synchro verwante oefening) voor twee spelers. De regels bepalen dat elke speler wel vrij mag praten, maar niet vrij mag handelen. In plaats daarvan bepaalt elke speler de fysieke handelingen van de ander.
Dit werkt doordat B, na elke directe uitspraak van A, voor de duur van één zin "verteller wordt" en aan de toeschouwers vertelt wat de ander "bij deze woorden deed". Die voert dan meteen uit wat er gezegd is.
Voorbeeld:
- A: "Een wondermooie goedemorgen!"
- B: ", zei hij en boog beleefd."
- (A buigt)
- B: "Waar blijft mijn koffie?"
- A: ", vroeg ze hem geërgerd en trok een zuur gezicht."
- (B trekt een zuur gezicht)
- A: "Oh jee, de koffie..."
- B: ", schoot het de butler weer te binnen en hij sloeg zijn handen ineen, waarbij hij een vaas omstootte."
- (A slaat zijn handen ineen en stoot daarbij een vaas om)
- B: "Is hij dan van de wereld!?"
- A: ", raasde de hertogin woedend en trok zich de haren uit het hoofd." (enz.)
Tips
Tip 1: De handelingsaanwijzingen mooi (en volledig) lichamelijk uitspelen.
Tip 2: Enerzijds moet er waarde gehecht worden aan een zeker tempo, anderzijds moet de actie die je de andere speler meegeeft groot zijn. Uitspraken als "zei hij en keek raar" moeten zoveel mogelijk worden vermeden, omdat ze het spel niet vooruit helpen.
Aanwijzingen
Het wordt leuk voor het publiek wanneer de spelers de speciale macht die ze in dit spel over elkaar hebben in hun eigen voordeel uitbuiten en de ander brutaal handelingsaanwijzingen geven die weliswaar niet direct tegen zijn woorden ingaan, maar waar hij vermoedelijk niet aan gedacht zou hebben. Leuk wordt het ook wanneer de spelers zichzelf met hun regieaanwijzingen voor de ander in een vervelende situatie manoeuvreren.
Deze oefening is omgekeerd en daardoor wat moeilijker dan de meeste andere regie-oefeningen, waarin eerst de handeling door de auteur/regisseur wordt beschreven (die de spelers tegelijkertijd pantomimisch uitvoeren) en de personages pas vanuit de al opgebouwde handeling de opdracht krijgen te spreken (verteller: "Daarop hief ze in een woeste geste dreigend haar wijsvinger op en donderde: ..."). Hier zijn er daarentegen maar twee spelers, de rede komt vóór de handeling en ieder speelt tegelijk zichzelf én de verteller (en daardoor ook een beetje de ander) — een bijzondere uitdaging!
Als spel voor publiek is de oefening eerder minder geschikt.
Doel van de oefening: Spreken en handelen van elkaar scheiden, niet alleen jezelf maar ook de andere persoon in gedachten "meespelen", regieaanwijzingen geven en ontvangen.