Onder de term loopoefening worden warming-ups samengevat die gemeen hebben dat de spelers daarbij door de ruimte (of over het podium) lopen. Sommige loopoefeningen zijn erg rustig en ontspannen, andere kunnen juist behoorlijk turbulent zijn.
Ze zijn bij uitstek geschikt als opener aan het begin van een impro-trainingsbijeenkomst of workshop.
Basisoefening
De spelers lopen kriskras of in één richting langs de muren door de ruimte en letten daarbij op het volgende:
- hun ademhaling
- hun ontspanning
- hun blik, hun houding en manier van lopen
- de ruimte zo goed mogelijk opvullen (als luchtmoleculen)
- ongeveer hetzelfde tempo hebben
- de grond bewust voelen (gaat het beste zonder schoenen)
- de anderen aankijken en bewust waarnemen
- glimlachen :-)
Aankomen
Loopoefening als hierboven. De spelleider zegt tussendoor: "Wie aangekomen is, mag de hand opsteken (variant: en/of blijven staan)."
"Aangekomen zijn" betekent dat je de dagelijkse zorgen en gedachten die je nog van de dag met je meedraagt loslaat, en dat je nu ook geestelijk aanwezig en klaar bent voor de komende oefeningen.
Extra regels
Loopoefening als hierboven. De spelleider geeft ongeveer elke halve minuut een nieuwe aanwijzing:
- de punten genoemd onder "Basisoefening", en daarnaast:
- veel richtingsveranderingen maken (ook abrupte)
- tempo veranderen (langzaam, normaal, snel)
- alleen nog binnen een steeds kleiner afgebakende ruimte bewegen
- mogen stoppen
- gelijkmatig verspreid over de ruimte, er mogen geen gaten ontstaan (beeld: je staat op een ijsschots en die kantelt als het gewicht niet gelijk verdeeld is)
- anderen mogen hinderen en de weg versperren
- "spelen" mag
Belangrijk: de eerdere regels blijven gelden en moeten worden nageleefd.
Voorstellingen en vormen
Loopoefening als hierboven. De spelleider geeft nu aanwijzingen hoe de spelers moeten lopen:
- over gloeiendheet zand
- als over zacht, koel mos
- door hoog gras
- als dwergen in een reusachtig woud
- door ondiep water
- door een moeras
- springend op een trampoline
- de zwaartekracht neemt steeds verder toe
- de zwaartekracht neemt steeds verder af (zoals op de maan)
- in slow motion
- als marionetten
- alsof je de loterij hebt gewonnen
- verlegen en angstig
- met een zware koffer in je hand
- enzovoort
Grappig en serieus
Loopoefening als hierboven. De groep wordt in tweeën verdeeld. De ene helft krijgt de opdracht "grappig zijn", de andere helft "serieus zijn". De groepen lopen nu door elkaar door de ruimte en proberen elkaar (zonder elkaar aan te raken!) met hun grappige/serieuze stemming te besmetten, terwijl ze tegelijkertijd zelf door niets uit hun stemming mogen worden gebracht. (Tip: het helpt om je voor te stellen dat de grappigen juist van de ernst van de anderen steeds grappiger worden, en de serieuzen van de gekkigheid van de grappigen steeds serieuzer.)
Na een tijdje roept de spelleider "Switch" en wisselen de groepen van stemming.
De oefening kan natuurlijk ook met andere gevoelstegenstellingen worden gedaan.
Atomen en moleculen
Loopoefening als hierboven; de spelers zijn "atomen". De spelleider noemt getallen, waarop er meteen dat aantal spelers samen een "molecuul" vormt. Wie overblijft, valt bij deze warming-up niet af. Zie Moleculen vormen.
Lopen, stilstaan, rennen, omvallen, volgen
Loopoefening als hierboven. Op een signaal van de spelleider hebben de spelers de keuze uit de volgende mogelijkheden:
- Lopen (zoals voorheen)
- Stilstaan
- Rennen (sneller)
- Omvallen
- Een andere speler volgen
Looppatroon
Iedereen loopt door de ruimte totdat iemand een bepaald looppatroon vestigt. Dat kan ook springen zijn, achterwaarts hinkelen, op één been hinkelen, op handen en voeten kruipen. Er zijn oneindig veel mogelijkheden. Alle anderen lopen vervolgens in datzelfde patroon, tot iemand een nieuw patroon introduceert. Bij een goede groepswaarneming hapert het niet en zijn er nooit twee looppatronen tegelijk.
Vijand en beschermer
Loopoefening als hierboven. Iedere speler kiest in gedachten een andere speler (de loopoefening gaat ondertussen gewoon door). Die ander is nu zijn "vijand". Vervolgens kiest iedere speler nog een andere speler. Die is zijn "beschermer". Daarna probeert iedere speler zo te bewegen dat zijn beschermer altijd tussen hem en zijn vijand staat.
Opmerking: in de praktijk lukt dit natuurlijk nooit bij iedereen, waardoor er direct een complex en interessant (want wederzijds afhankelijk) vluchtpatroon ontstaat waarbij de spelers uiteindelijk in hoeken belanden...
Zie ook Sympathie – antipathie.
Rollen en ruilen
Loopoefening als hierboven. Iedere speler kiest een figuur die hij typisch in houding en gang weergeeft (bijvoorbeeld oma, koning, clown, heks, deftige dame, gangster, cowboy). De spelers ontmoeten elkaar in paren en ruilen hun figuren. Er wordt dan weer gelopen: iedereen leeft zich in de nieuwe rol in en geniet ervan. Na een tijdje weer een ontmoeting, en weer ruilen, enzovoort.